Uit de Badstratenbuurtgeschiedenis

Herinneringen van Willy Hilverda


In 1979 ging ik in Groningen sociologie studeren en kwam terecht in het pas gekraakte Rooms Katholieke Ziekenhuis (RKZ) aan de Verlengde Hereweg. Bijna vier jaar later had ik genoeg van het RKZ en meldde me bij het gemeentelijk huisvestingsbureau waar ik vanaf 1979 stond ingeschreven. Een vriend die in de Eelderstraat woonde, had me getipt dat er op de Marwixkade werd gebouwd, dus dat gaf ik op als eerste voorkeur. 

Uitzicht vanaf de Marwixkade (1988)

En zo kreeg ik een tweekamerappartement toegewezen in de Badstratenbuurt. Omdat het bijzondere bouw was – houtskeletbouw – kregen wij, de toekomstige bewoners, in 1983 de sleutels na een vaartocht en openingshandeling van burgemeester Buiter.
Een nieuw en fris huis, daar was ik wel aan toe na dat altijd wat groezelige kraakpand. Ik schilderde de muren wit en kocht licht vinyl. “Het lijkt hier wel een zwembad,” was het commentaar van de mannen die het kwamen leggen. De rode pannenset en de rode keukenhanddoeken die ik bij de Hema had gekocht, boden volgens mij voldoende compensatie voor het zwembadgevoel.
Overburen had ik niet en ik woonde op de eerste verdieping, dus overgordijnen in de woonkamer waren niet nodig. En ’s avonds zat ik graag voor het raam te kijken hoe het licht van de straatlantaarns weerkaatste in het water van het Noord-Willemskanaal.

Pijptabak
‘s Ochtends haalde ik brood bij bakker Bolt op de hoek van de Eeldersingel en Eelderstraat en kocht een Volkskrant bij de tabakszaak op de hoek van de Eelderstraat en de Paterswoldseweg. ’s Middags fietste ik naar de Dreize (aan de Koeriersterweg?) om boodschappen te doen. Op dat tijdstip rook het bij de Niemeijerfabriek aan de Paterswoldseweg altijd naar zoete pijptabak, terwijl ’s ochtends de geur van shag overheerste.
Na alle fietskilometers die ik had afgelegd over de Verlengde Hereweg was ik erg gelukkig met de nabijheid van alles: het station, het Groninger Museum (toen nog op de Praediniussingel), het centrum en vooral: het Stadspark met de kunstijsbaan. Ik werd lid van de IJVG, de IJsvereniging Groningen, en trainde ’s zomers in het park en ’s winters op het ijs.

Aanbidders
In mijn portiek woonden twee stellen met wie ik omging: Helma en Stefan en Bert-Harm en Ellen-Dine. Bert-Harm studeerde voor tandarts en ging, toen hij was afgestudeerd, terug naar de Achterhoek om er een eigen praktijk te beginnen. Stefan, Helma en ik begonnen later een eetgroep met Jannie en Henk die ook in de Badstratenbuurt woonden.
Boven me woonde Elena, een schone Spaanse, die regelmatig bezoek had van aanbidders. Op een winternacht werd ik wakker van geschreeuw buiten, een mannenstem die wanhopig riep: ‘Elena! Elena!’ De volgende ochtend zag ik aan de voetsporen in de sneeuw op het hek van mijn balkon achter dat hij naar haar toe was geklommen.

Meer dan acht jaar heb ik met veel plezier op de Marwixkade gewoond, zat in het bestuur van de Badstratenbuurtvereniging en in de redactie van de Badstratenbuurtkrant. Waarover later meer. Toen ik eind 1991 een baan kreeg bij de Culturele Raad Zuid-Holland verhuisde ik naar Rotterdam.

BADSTRATENBUURT
De kleinste buurt
van Groningen
 

sluis mini
 

Ga direct naar het
tunneldossier Paterswoldseweg