Home » Het huizenduo Westerbadstraat 43 en 45

Logo Badstartenbuurtvereniging

Nieuwsarchief

Onderwerpen

Het huizenduo Westerbadstraat 43 en 45

Door: Theo Siderius

Aanzicht van links naar rechts nr. 45, 43 en 41 medio jaren 50 (foto: Berend Smeding)

Klaaske Medendorp, vrouw van timmerman Jannes Hovingh, koopt in 1885 voor f1450,- een deel van het weiland C4209 van effectenhandelaar Gilles Mesdag. Ze heeft op 16 februari 1885 een vergunning van de gemeente gekregen “tot het oprichten van twee behuizingen” op dit perceel. De identieke huizen krijgen perceelnummers C4226 en C4227 en worden eerst bewoond door de gezinnen van Jannes en Klaaske en hun zoon Theodorus, ook timmerman.
Op 12 maart 1895 worden beide huizen door Jannes Hovingh verkocht aan tjalkschipper Jan Balk (52 jaar) voor f3600,-. Jan Balk gaat met zijn vrouw Elizabeth Wijn op nr. 43 wonen en verhuurt nr. 45. Namen van huurders zijn klerk H. Strobos (1900), de weduwe Schoonman-Blijham, schoonzus weduwe Metje Schoonman-Wijn (overleden in 1913) en de familie Flikkema (1915).
Na het overlijden van Jan Balk in 1916 worden de woningen publiek verkocht met de omschrijving “burgerhuis met vrije toegang en tuin en als indeling voorkamer, achterkamer, keuken en groote zolder. Voorzien van gas en waterleiding.” Geessiena Foekes (56 jaar, weduwe van schipper Atte Valk) koopt het huis op nr. 43 en Harm Slopsema (kapper) dat op nr. 45.

Westerbadstraat 43
De nieuwe eigenares staat in het adresboek van 1918 vermeld als de weduwe A. Valk met als beroep werkvrouw. Ze verkoopt haar huis in 1920 aan Karel Gerrit Hannema (klerk) met zijn gezin (2M+3V). Hannema verkoopt het huis in 1922 door aan Roelof Diderik, machinist bij de Staats Spoorwegen, die er met zijn gezin (2M+2V) gaat wonen. Het huis wordt verbeterd: in 1932 komt er een toilet in plaats van een tonnetje en in 1933 wordt een grotere kap met drie slaapkamers geplaatst.

Aanzicht van nr. 43 in 1933 (links bestaand, rechts wijziging na verbouwing)

In 1941 koopt de gemeente, zoals bij veel huizen, de strook grond voor het huis om de straat te verbreden. Het verkleinde perceel krijgt daarom een nieuw nummer: C9603. In datzelfde jaar 1941 koopt schipper Hendrik Havinga (51 jaar) het huis en laat het verbouwen. De bedsteden worden weggebroken en de keuken en het toilet vernieuwd. Volgens de woningkaart woont hij er met zijn vrouw van juli 1941 tot mei 1950.
Jacobus Jan Smeding (melkventer) koopt Westerbadstraat 43 in 1950 en woont er vanaf 25 april 1950 met zijn vrouw. Het huis wordt dan in een advertentie beschreven als “een renteniersbehuizing met erf en vrije zijgang”. Daarvoor woonde het echtpaar op Oosterbadstraat 35. Beiden overlijden in 1995.
Over de latere eigenaren zijn er geen openbare gegevens.

Westerbadstraat 45
Harm Slopsema (kapper) koopt het huis van de erven van Jan Balk in 1916. Harm en zijn vrouw verhuizen al snel naar nr. 46. Vervolgens woont op nr. 45 het gezin van Anne Slopsema tot mei 1926, daarna een jaar het gezin van Likel Slopsema en dan opnieuw dat van Anne Slopsema. Het is niet duidelijk hoe deze Slopsema’s familie van elkaar zijn. In december 1927 vertrekt het gezin van Anne Slopsema naar Hoogkerk. Roelof van der Meulen woont er vervolgens tot november 1929 met zijn gezin. Daarna wordt het huis gekocht door Wiebe Loonstra (beambte bij de NS), die daarvoor met zijn vrouw en vier zoons op nr. 42 woonde.
In 1934 gaat het eigendom over naar Abram Poortman (66 jaar, zonder beroep). Hij woont er vanaf juli 1934 met het gezin van zijn zoon, tabaksbewerker Eppo Poortman (2M+1V). Eppo en zijn vrouw Ida Smit scheiden op 20 september 1933 te Groningen. Eppo Poortman hertrouwt op 13 mei 1946 met Bouwina Jantje Onstwedder en verlaat Westerbadstraat 45. Magretha, dochter van Abram, woont ook al die tijd op dit adres. Evenals nr. 43 wordt het perceel in 1941 verkleind door de verkoop van de strook grond voor het huis aan de gemeente. In 1947 wordt Magretha Poortman eigenaar van het huis. Abram Poortman overlijdt op 8 augustus 1950. Magretha blijft er wonen, later met huurder Hein Bleker (vishandelaar), tot ze in 1972 overlijdt.
Arend Brink koopt het huis in 1972, verhuist in 1976 en daarna komt het in 1978 in handen van handelaren. Eerst in die van de heren Van Klooster, die het doorverkopen aan de maatschappij voor begrafenis- en crematiekosten verzekering BCKV. Zij verkopen het pand hetzelfde jaar aan Douwe Johan van der Zee en Brita Maria Determeyer, die achter een extra dakkapel, voor een grotere dakkapel en aan de zijkant daklichten laten plaatsen. Het gedeelde eigendom gaat al snel over op alleen Brita, die er tot 1985 blijft wonen. In datzelfde jaar wordt het huis gekocht door Trees Eenink.
Over de latere eigenaren zijn er geen openbare gegevens.

Bronnen:
– Kadaster Archiefviewer (perceelgegevens, eigenaren)
– Groninger Archieven (bouwdossiers, persoonsgegevens, woningkaarten)
– delpher.nl (oude kranten)